Ni Hao Mister Alfred Schreuder, Watskeburt?

Ni Hao Mister Alfred Schreuder,

Alfred Schreuder

Een dag geleden ging onze trots ten onder temidden van het Haagse feestgedruis in het Chinees-getinte groen-gele Kyocera-stadion. Zoals beloofd reageer ik op deze gebeurtenis door mijn pen annex toetsenbord te laten spreken. Ik beloof plechtig dat ik met realiteitszin en op secure wijze mijn hersenspinsels zal verwoorden.

Allereerst moet ik eerlijk zeggen dat ik tevreden ben met de behaalde resultaten en de daarbij behorende punten in het jaar 2015, los van gisteravond en los van de vrij onterechte nederlaag in de Rotterdamse Kuip. De wijze waarop veel van deze zeges tot stand kwamen wekt echter niet bepaald een gevoel van voldoening op, de knappe thuiszege tegen AZ in de kwartfinale van het bekertoernooi daargelaten. In een vertrouwd 4-3-3-systeem lukte het onze Twentehelden om met lef, passie en strijd het klapvee van Alkmaar compleet van de mat te spelen. Een grasmat die op dat moment nog enigszins het aanzien waard was. Het gaat wel heel erg ver als we als supporters zijnde u de schuld geven van de belabberde grasmat, meneer Schreuder. Afijn, terug naar gisteravond, terug naar Den Haag, terug naar de zure nederlaag bij de jubilerende ooievaars.

Twentse Uitsupporters

Hoe kan het, Alfred? Ongetwijfeld zal dit ook in jouw gedachten hebben rondgespookt, vlak voor je vertrek naar Dromenland. Eigenlijk hoop ik niet voor je dat je echt over de vernaggelde werkdag van alle trouwe Twentse uitsupporters hebt gedroomd, refererend naar mijn Facebookbericht van gisteravond na de wedstrijd tegen ADO. De focus moet immers ook weer gewoon op de thuiswedstrijd tegen Excelsior Rotterdam gericht worden. Wederom op dat belabberde veld, waar we blijkbaar meer succes op hebben dan op een strakke neppe grasmat zonder oneffenheden.

Aankondiging Facebook

Is het een ‘bewussie’ dat het eigen veld in onze mooie rode Veste in een griezelig kort tijdsbestek zo gruwelijk naar de tering wordt gelopen? “Vol d’r op klapper’n” blijkt op een baggerveld beter te lukken met onze Twentehelden, die stuk voor stuk overlopen van talent, al komt dat er niet altijd even goed uit. Lachman (of Laksman, zoals hij al gekscherend genoemd wordt, waar ik zelf niet echt om kan lachen, aangezien eigen spelers juist gesteund dienen te worden) lijkt de gebeten hond van de verloren uitwedstrijd tegen ADO Den Haag te zijn, al heb ik hem ook goede dingen zien doen. Zelf reageerde je voor de camera’s van FOX geïrriteerd toen de journalisten negatieve uitlatingen over Lachman probeerden te ontfutselen en dat is je goed recht. Ondertussen zie ik dat Wout Weghorst zijn clubje Heracles na formidabel voorbereidend werk van Brahim Darri en Bryan Linssen met een prachtige kopbal op een 2-1 voorsprong zet. Wat had ik graag gezien dat FC Twente gisteravond zo’n mooi opgezette aanval op een dergelijke wijze afgerond had. Onze Hakim Ziyech had het echter niet helemaal op z’n heupen op deze woensdagavond. Luc Castaignos kreeg niet de gewenste ballen en had op enkele momenten wellicht toch eens zelfzuchtig moeten zijn en ADO-doelbewaker Martin Hansen onder vuur moeten nemen. De verslaggever verwoordde tijdens het duel perfect hoe de zaken ervoor stonden: “FC Twente beschikt over een hoop talenten, maar ADO speelt vanavond meer als team”. Eens te meer is gebleken dat een hecht team succesvoller is dan een groep individuele talenten.

Hoe komt het dan dat FC Twente wel de sterren van de hemel speelt in de thuiswedstrijd tegen AZ Alkmaar? Wij Twentefans hadden gehoopt dat dit het keerpunt was. FC Twente heeft toch ook een hecht team? Of verkijken we ons daar nou op? Ze zijn zelfs op eigen initiatief nog samen op reis geweest naar Spanje. Dat zie ik een groep Einzelgängers niet zomaar even doen. Kunnen onze spelers niet omgaan met de alsmaar wisselende spelsystemen en speelstijlen? Daar wordt toch op getraind?

Alfred, ik mag dan geen enkel TC-diploma in bezit hebben, maar als supporter geef ik je graag deze tip mee: “Speel 4-3-3, benut de uitzonderlijke kwaliteiten van elke speler en geef jonge creatieve spelers de kans zodra het de gevestigde orde binnen de basis-elf een periode niet lukt”. Er staan genoeg jonge spelers te popelen om hun kwaliteiten te etaleren op het hoogste niveau van Nederland. Tapia en Ould-Chikh hebben bewezen op frivole wijze met passie en lef te kunnen spelen. Dit gaat soms fout, maar de supporters zullen daar niet om malen. Supporters komen naar het stadion voor enkele ingrediënten, los van de ladingen pils, de broodjes beenham en de versnaperingen bij de snackwagens rondom het stadion:

Strijd! Passie! Vechtlust! Beleving! Lef!

Daarvoor komen wij graag naar de stad van het eindpunt van de trein. Voor Nederlandse begrippen hoeft bijna geen mens er te zijn. Bijna geen hond gaat zo ver mee, maar wij zijn trots op Enschede! Zaterdag zitten we er weer, vol goede moed, in de hoop op drie punten. Ik zal naar je zwaaien na de wedstrijd, vanuit Vak 123, met pils in de andere hand. Want in Vak 123 proberen we nog steeds met z’n allen Ibrahimović bij elkaar te tanken. Hopelijk kunnen we zaterdagavond vlak voor het inzetten van “Epi, Jeuring, Theo” nog even zingen: “Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk”..

Tot dan, Alfred! En doe de groeten aan Henk. Ik denk trouwens dat hij de Mol is.

© W. Swam

Advertenties

Oudejaarsblogferance? Huh?

Bedankt

Oudejaarsblogferance?

Ben ik nou een oudejaarsblogferance aan het typen? Dat is toch helemaal geen woord? Ik weet wel zeker van niet, maar als dagobertducktaks al het woord van het jaar kan worden, mag ik ook wel woorden gaan verzinnen. Even over het jaar 2014. Wat een jaar! Een jaar waarbij ik direct terugdenk aan het Wereldkampioenschap Voetbal in het zonovergoten Brazilië, waar onze oranjeleeuwen onder leiding van opperleeuw Louis zowel vriend als vijand verrasten. Daarnaast is 2014 voor mij ook het jaar van afronding. Het afronden de Hbo-opleiding Ruimtelijke Ordening & Planologie. Weliswaar met meer vertraging dan de NS, maar op die manier gun ik het belabberde Nederlandse OV ook een pluimpje. Toch verdwijnt dat pluimpje als sneeuw voor de zon zodra er maar 1 blaadje van de boom valt of zodra het kleinste sneeuwvlokje een sterk verouderde wissel raakt. Niet afdwalen, Wouter. Positief blijven!

Positief blijven in een mooi jaar met pieken en dalen. Een jaar waarin ik volop en met veel plezier gewerkt heb bij Onderzoeksbureau I&O Research in Enschede. Een tijdperk dat vanochtend na mijn laatste ochtendshift ook alweer is afgesloten. Exact 3 jaar na mijn afscheid bij de C1000 is mijn volgende werkperiode alweer ten einde. Jammer genoeg worden in ons Nederland regelingen getroffen, waardoor mensen met een baan en een tijdelijk contract ineens voor een half jaar werkloos kunnen worden. En dit terwijl men zo graag de werkeloosheidscijfers wil zien dalen. Met mij zijn meerdere collega’s hiervan de dupe. Ik zal hierover verder niet teveel woorden vuil gaan maken. Het was een mooie periode, waarvoor ik de collega’s graag wil bedanken. Bedankt voor een mooie werkperiode, bedankt voor een mooi 2014 en succes in de verdere toekomst!

Nu, zo kort na het afronden van mijn studie, zit ik middenin de jacht op een passende baan. Zometeen neem ik even pauze. Een pauze, om tezamen met vrienden het jaar op een passende wijze af te sluiten onder het genot van een hapje, een drankje (of iets meer) en de zwoele klanken van de Top 2000 op Radio 2. Vooruit dan, nog één shout-out naar het mooie 2014, voordat we een compleet nieuw 2015 in gaan, met de gebruikelijke nieuwe ronden en nieuwe kansen. Ik heb geen specifieke voornemens. Mijn devies is: “wees gewoon jezelf en geniet!”.

Geniet om te beginnen hier maar weer eens van!

Goosebumps all over!

Have a happy and healthy 2015!

Sociale media als hulpmiddel bij de jacht op een passende baan

Sociale media worden hedendaags door werkgevers ingezet om vacatures aan de man te brengen. Via verscheidene media ben ik op de hoogte gesteld van vacatures die mijn interesse gewekt hebben.

Onderhand ben ik al een geruime tijd alert op vacatures die mijn droombaan (bijna) evenaren. Tijdens mijn studieperiode heb ik gesolliciteerd op banen om mijn studie te kunnen bekostigen. Mijn schrijfwijze in sollicitatiecreaties bleek bij potentiële werkgevers in de smaak te vallen en dit heeft me meerdere gesprekken opgeleverd. Zo ben ik in 2014 bijvoorbeeld bij Knip&GoShop.nl in Eibergen, de Verfdiscounter in Hengelo, Woonbedrijf ieder1 in Zutphen en Metronieuws.nl in Amsterdam op gesprek geweest. Stuk voor stuk vacatures die niet direct aansluiten bij mijn vooropleiding. Een enkel gesprek leverde mij een baan op, maar de werkomstandigheden bleken hierbij dermate ongeschikt dat ik zelf de knoop heb doorgehakt er niet mee in zee te gaan.

Momenteel draai ik op proef mee bij Venderbosch Evenementen uit Borculo, zodat ik over een tijdje in de weekenden spelshows kan presenteren. Ik hoor van meerdere mensen uit mijn sociale netwerk dat deze weekendbaan perfect bij mij past. Dit is voor mij mooi om te horen. Een week bestaat echter uit meer dan alleen het weekend. Ik wil binnenkort graag kunnen zeggen dat ik ook voor de dagen maandag tot en met vrijdag een baan heb die perfect bij me past. Na afronding van de HBO-studie Ruimtelijke Ordening & Planologie ben ik direct volle bak gaan solliciteren op passende banen voor de doordeweekse dagen, waarbij een HBO-diploma een vereiste is. Uit de 170 sollicitanten werd ik door de gemeente Westervoort uitgenodigd voor een eerste sollicitatiegesprek. Zestien andere kandidaten waren hetzelfde lot beschoren. Twee goede gesprekken verder is men in Westervoort tot de conclusie gekomen dat een extra sollicitatiegesprek niets zal opleveren. Het was fijn om te horen dat ze veel potentie en kwaliteiten in mij zagen, maar een tweetal kandidaten hadden inmiddels een CV opgebouwd waar je “u” tegen zegt. Tegen een dergelijk werkverleden ben ik jammer genoeg nog niet opgewassen. De kans om de vacature van Beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling & Volkshuisvesting in te vullen, gaat zodoende aan mijn neus voorbij.

Ondertussen stap ik weer in de ogenschijnlijk vicieuze cyclus die men in de volksmond ook wel de sollicitatieprocedure noemt. Op jacht naar een passende baan, waarbij ik wederom mijn opgebouwde netwerk en de verscheidene sociale media zal raadplegen.

Jacht op een passende baan

LinkedIn profileert zich als online medium voor vakmensen. Een virtuele plek waar werkervaringen gedeeld kunnen worden en waar mensen hun sociale contacten in het werkveld kunnen etaleren. Facebook is in 2004 ontstaan in het creatieve brein van de Amerikaan Mark Elliot Zuckerberg, die momenteel multimiljardair is. MULTI! MILJARDAIR! Waar een creatief brein toe kan leiden. In eerste instantie was “The Facebook”, zoals het genoemd werd, enkel voor studenten van Harvard bedoeld. In 2006 werd Facebook openbaar en op dit moment maken ruim 1,3 miljard personen op deze aardkloot gebruik van deze openbare online dienst. Een gigantisch netwerk. Een netwerk dat mijns inziens net als LinkedIn gebruikt kan worden voor zakelijke doeleinden. Hiermee bedoel ik dan het omzetten van je sociale Facebooknetwerk in een zakelijk netwerk. Hetzelfde geldt voor het sociale medium dat met een blauw vogeltje gekarakteriseerd wordt, waarmee korte berichten met een maximum van 140 leestekens geplaatst kunnen worden; Twitter.

Om de eerder genoemde vicieuze cyclus van het solliciteren te doorbreken, probeer ik op een ietwat meer brutale wijze via sociale contacten en organisaties middels open sollicitaties mezelf in the spotlights te zetten. Ik ben op zoek naar een baan die aansluit op mijn afgeronde HBO-opleiding Ruimtelijke Ordening & Planologie en/of een baan waarbij ik als tekstenschrijver of redacteur aan het werk kan. Zodra ik een vast inkomen heb, zal ik me gaan focussen op de totstandkoming van een eigen onderneming. Projecten in het kader van leefbaarheid en krimp zullen hierbij mijn voornaamste domein zijn. De kerntaken van mijn geplande onderneming zijn het best te omschrijven als: “Bemiddeling, onderzoek en advies bij bewonersparticipatie in krimpdorpen”. Ik hoop dat een intensieve zoektocht en hulp vanuit mijn sociale netwerk me kan helpen, zodat ik kan zeggen dat ik niet alleen in het weekend, maar ook doordeweeks een perfect passende baan heb.

Hoi potentiële werkgevers..
Ik jaag op passende banen..
Het jachtseizoen is geopend!
Let’s do this!

Vandaag ben ik 10.000 dagen oud geworden! Hoeveel dagen oud ben jij?

10.000 dagen oud

Mensen zijn altijd zo vrolijk en leven met je mee wanneer je jarig bent. Een jaar ouder, maar ook een dag ouder. En een week en een maand ouder. Is je verjaardag dan ook je vermaanddag? Ben je ook maandig als je jarig bent? Vandaag ben ik exact 10.000 dagen oud! Hoe weet ik dat? Ik heb het even berekend op http://datumcalculator.nl/verjaardag. Gewoon, omdat ik er even benieuwd naar was. Ik vier mijn 10.000e verdagdag en niemand is extra vrolijk of leeft met me mee. Waarom is alleen een verjaardag eigenlijk zo bijzonder?

Ik snap dat het lastig is om elke dag je verdagdag te vieren. Een taart met 10.000 kaarsjes zou ook ietwat overdreven zijn. Een dag na je verjaardag en vermaanddag weer “gewoon” je verdagdag vieren is ook een slopende bezigheid, lijkt me. Maarja, wie ben ik om dat te zeggen? Oh ja, ik ben die jongen die 10.000 dagen oud is, terwijl niemand het doorheeft. Eigenlijk is dat best een feestje waard, toch? Ik ga er vandaag in ieder geval nog even van genieten, zo tussen de dagelijkse rompslomp door.

Natuurlijk wens ik alle jarigen nog een fijne verjaardag en daarnaast alle “dagigen” uiteraard een fijne verdagdag! Als iedereen zich bedenkt dat elke dag zijn of haar verdagdag is, dan is elke dag een gezamenlijk feestje. Het leven is toch ook gewoon één groot feest?

Helau, Alaaf, Proost!

Kent de gemeente haar inwoners? Zou dat moeten?

Kennismaking tussen inwoners en gemeenten

Het mag een domme vraag lijken, maar kent de gemeente haar inwoners? Op school vertelde vrijwel elke docent dat geen enkele vraag een domme vraag was. Laat ik me dan maar aan die gedachte vastklampen. Maar even serieus.. Weet men binnen de gemeentelijke organisatie wie de inwoners binnen de gemeentegrenzen zijn? Veel inwoners die graag gehoord willen worden hopen dat dit zo is. De waarheid is echter anders. Inwoners geven vaak af op de gemeente. Dit lijkt in elke gemeente in ons koude kikkerlandje het geval te zijn. De gemeente is geen persoon die mensen kent. Een gemeente kan haar inwoners niet kennen.

Een gemeente is een organisatie, bestaande uit meerdere personen met verschillende studieachtergronden en kwalificaties. Niet iedereen binnen een gemeente heeft zomaar even de capaciteiten om bewoners te woord te staan, hoe geleerd of hoe gekwalificeerd deze werknemers van de gemeente ook zijn. Als het woord “gemeente”op een willekeurig feestje in de mond genomen wordt, komt dit vaak neer op negatieve geluiden. Het klinkt wellicht raar, maar dit zal niet zomaar veranderen. Hoe hard werknemers van de gemeente ook hun best doen, al wordt daar door de gemiddelde burger ook aan getwijfeld. “Bij de gemeente gebeurt niks”, “die lui vergaderen alleen maar”, “het duurt altijd zo lang om iets te regelen”. Zomaar een paar kreten die veelvuldig genoemd worden. Mensen die zelf bij de gemeente werken of gewerkt hebben, willen zich mogelijk verdedigen tegen deze uitspraken. Al zijn er ook ambtenaren bij die wel begrijpen dat het Nederlandse volk zo denkt. Een gemeente kan haar inwoners niet kennen, maar inwoners kunnen alle werknemers binnen de gemeente ook niet kennen.

Groepen mensen of organisaties over één kam scheren. Het gebeurt vaak. Vaak terecht, maar ook vaak ten onrechte. Vooroordelen zullen er altijd zijn, daar is geen ontkomen aan. Gemeenten kunnen zich echter wel profileren als organisatie die tracht haar inwoners te leren kennen. In dit geval wordt het natuurlijk erg lastig om elke inwoner persoonlijk te leren kennen. Belangengroepen voor dorpsbewoners en wijkbewoners kunnen de sleutel zijn in een kennismaking tussen inwoners en de gemeente. Deze groepen behartigen de belangen van de inwoners van hun dorp, wijk of stad. Overleg tussen gemeenten en inwoners kan op deze manier makkelijker tot stand komen. Op deze manier kunnen aangewezen personen binnen de gemeente de inwoners als groep leren kennen.

Binnen gemeenten worden momenteel veel veranderingen doorgevoerd in het kader van transities binnen het sociale domein. Op 1 januari 2015 verandert de wereld van zorg, inkomen en jeugd binnen de gemeenten. Participatie, samenwerking en coördinatie zijn hierbij de sleutelwoorden. Gemeenten stellen nieuwe teams samen in het sociale domein, om op de veranderingen in te spelen.

Bewonersparticipatie zal hierbij een grote rol spelen. Uit eigen onderzoeken is naar voren gekomen dat een onafhankelijk tussenpersoon de bewonersparticipatie op een positieve manier kan beïnvloeden. Graag zou ik, zeker in dorpen in krimpgebieden, hulp willen bieden bij bemiddeling, onderzoek en advies in het kader van bewonersparticipatie. Zowel het gezamenlijk opstellen en het uitvoeren van enquêtes als het organiseren van interactieve bewonersbijeenkomsten kan bijdragen aan bewonersparticipatie. Op beide manieren kunnen dorpsbewoners te kennen geven wat de woonomgeving nodig heeft om leefbaar te blijven. Bijeenkomsten blijken meer in trek te zijn dan het opstellen en uitvoeren van enquêtes, maar dit kan uiteraard in elk dorp weer verschillen.

Bewoners zijn de experts als het gaat om de eigen woonomgeving. Experts moeten hun ei kwijt kunnen. Als onafhankelijk tussenpersoon zonder eigenbelang wil ik graag de kennismaking tussen inwoners en gemeenten (en overige betrokken partijen) in gang zetten.

Kent de gemeente haar inwoners? Nee?
Zou dat moeten? Ja!

Dorpen horen niet verloren te gaan

Ganzedijk: van spookdorp naar leefbaar dorpGanzedijk: van spookdorp naar levendig dorp

Ganzedijk! Dit zal zeker niet het antwoord zijn op de vraag: “Welke woonplaats komt naast of na je eigen woonplaats het eerst in je op?”. Toch is het Groningse dorp vaker in het landelijke nieuws genoemd en zelfs geroemd dan menig ander Nederlands dorp. Om en nabij de tweehonderd inwoners van Ganzedijk kregen het voor elkaar het dorp te behoeden voor verdwijning van de landkaart. Het dorpje stond op de nominatie om gesloopt te worden, maar de combinatie van actieve bewoners, een nieuwe wethouder, een nieuw plan en een kapitaalinjectie van circa twee miljoen euro bleek succesvol voor behoud van Ganzedijk. Succesvol voor Ganzedijk, maar des te minder succesvol voor soortgelijke dorpen in diezelfde omgeving. Hoe actief de bewoners van die buurdorpen dan ook mogen zijn, voor deze dorpen is niet hetzelfde kapitaal beschikbaar. Het opknappen van Ganzedijk blijkt een zeldzaamheid te zijn. Mijn interesse gaat uit naar het opknappen van dorpen middels projecten in het kader van leefbaarheid met een reële haalbaarheid.

Frederiksoord, Grevenbicht, Jipsinghuizen, Kattendijke, Metslawier, Molenhoek, Nieuwe-Tonge, Obbicht, Oppenhuizen, Ossendrecht, Schimmert, Sleen, Uitweg, Voorst, Wanssum, Warffum, Zuilichem. Een waslijst aan dorpen op alfabetische volgorde. Toch hebben deze dorpen iets met elkander gemeen. Uit eigen bevindingen is gebleken dat enkele bewoners uit deze dorpen hopen op verbetering van leefbaarheidsaspecten. Hetzij een betere verstandhouding tussen bewoners en de gemeente, hetzij angst voor het verdwijnen van voorzieningen, hetzij de wens voor starterswoningen en geschikte woningen voor senioren in het dorp. Het voordeel van het werken bij de helpdesk van een onderzoeksbureau is dat ik deze informatie naar mijn hoofd geslingerd krijg. Figuurlijk gezien dan, want er is tot nu toe niemand geweest die letterlijk een boekwerk met dergelijke informatie richting mijn gelaat geslingerd heeft. Dat wil ik ook graag zo houden.

Zowel telefonisch als per e-mail nemen bewoners de moeite om contact op te nemen met de helpdesk die ik zo nu en dan beman. Tijdens dergelijke contactmomenten wordt mij eens te meer duidelijk dat ik deze mensen graag wil helpen. Niet als helpdeskmedewerker, maar als persoon. Als Wouter Swam. Ik kan me vinden in de opmerkingen, de klachten en de ideeën die bewoners tijdens de contactmomenten op tafel leggen. Ook hier bedoel ik de figuurlijke tafel, maar graag zou ik letterlijk met deze bewoners aan de tafel willen zitten. De verstandhouding tussen bewoners en overheidsinstanties kan altijd beter. Als onafhankelijke schakel zou ik hier graag bij willen helpen.

Bewoners hebben zicht op de situaties in hun eigen woonomgeving, in hun eigen dorp. Zij zijn als het ware de experts op het gebied van leefbaarheid. Wellicht zal niet iedereen het hiermee eens zijn, maar bewoners bezitten meer expertise op het gebied van leefbaarheid dan de zogenoemde experts. Tenzij de experts handelen vanuit hun eigen situaties in hun eigen woonomgeving. Maar ook dat betekent weer. De experts zijn bewoners. Bewoners zijn experts.

Uit eigen leefbaarheidsonderzoeken blijkt dat veel bewoners van dorpen vrezen voor het verdwijnen van essentiële basisvoorzieningen zoals een basisschool, een ontmoetingsruimte, een vereniging of een café. Daarnaast vreest men voor toekomstige leegloop door de huidige vergrijzing en het gebrek aan starterswoningen, waardoor jonge bewoners weinig tot geen kans zien zich in het dorp te vestigen waar ze opgegroeid zijn. Nu de krimp toeslaat kunnen kleine dorpen zogenoemde spookdorpen worden.

Ganzedijk heeft een transformatie van spookdorp tot leefbaar dorp ondergaan.
Door activering van bewoners lijkt een definitieve verdwijning van de baan.
Bewoners, overheidsinstanties en overige betrokken partijen hebben hiervoor hun best gedaan.
Door een goede samenwerking tussen bewoners en organisaties kan leefbaarheid blijven bestaan.
Dorpen horen niet verloren te gaan.

Graag zou ik willen sparren met gemeenten, dorpsbelangenorganisaties en bewoners die zich in dergelijke situaties bevinden. Mede door middel van interactieve bewonersbijeenkomsten wil ik de behoefte van bewoners in beeld brengen in het kader van leefbare dorpen. Bemiddeling bij bewonersparticipatie en daarop aansluitend onderzoek kan leiden tot een onafhankelijk advies richting gemeenten, provincies, dorpsbelangenorganisaties & bewoners, woningcorporaties, zorginstellingen, scholen, verenigingen en overige betrokken partijen.

Met leefbaarheidsprojecten wil ik graag mijn brood verdienen, om het deels weer te beleggen.

© W. Swam

Dorpsleven versus Stadsleven

Dorpsleven versus Stadsleven

Als je bent geboren in Winterswijk en bent opgegroeid in Eibergen, mag je met recht zeggen dat je een Achterhoeker bent. En laten we eerlijk zijn, de Achterhoek bestaat uit dorpen en kent geen echte steden. Doetinchem is dan de enige Achterhoekse plaats met een soort van stads karakter, maar ik weet niet of Doetinchemmers zich tot de zogenoemde stadsen scharen. Dat is natuurlijk een gevoel en dat verschilt per inwoner. Uitgerekend bij de grootste of bekendste voetbalclub van de Achterhoek wordt de liefkozende benaming Superboeren gehanteerd. Dat laat de verbinding met het Achterhoekse platteland al enigszins doorschemeren.

Eens een Achterhoeker, altijd een Achterhoeker.

Ondanks het feit dat ik mezelf op en top Achterhoeker voel, ben ik ten behoeve van de studie naar Overijssel vertrokken. Van een dorpsleven naar een stadsleven. Het was even wennen, maar al snel voelde Deventer ook als mijn thuis. Na twee fijne jaren in de Koekstad annex Boekenstad ben ik vertrokken naar de stad waar ik van jongs af aan al de meeste binding mee heb. Enschede was bijna vier jaar mijn thuisbasis. Het stadsleven beviel me goed. Leven in de anonimiteit beviel goed, maar had ook zo zijn keerzijde. Waar je in een dorp iedereen zonder problemen vriendelijk kan groeten, levert een vriendelijke groet in een stad vreemde, verbaasde en soms zelfs agressieve blikken op. “Wat moet die gast? Hij kent me helemaal niet?”, zullen die stadsen dan gedacht hebben. Mede om die reden deed ik toch elk weekend weer een beroep op de uiterst belabberde OV-verbinding om mijn dorp Eibergen te bereiken. Eenmaal in Eibergen aangekomen werd je door een ieder haast overenthousiast begroet. Op dat moment weet je het weer: “Ik ben thuis”. Weg uit mijn stadsleven en weer thuis in mijn dorpsleven.

Eens een Achterhoeker, altijd een Achterhoeker.

Toch kan ik me nog herinneren dat wij Eibergenaren op de middelbare school door scholieren uit kleinere dorpen als stadsen getypeerd werden. “Het zal allemaal wel”, dacht ik op dat moment. “Alsof Eibergen geen dorp is”. In ieder geval zeker geen stad! En daar ben ik blij van. In de zomerperiode vertrokken veel jongeren naar zonnige oorden. Mocht je van je ouders nog niet naar het buitenland? Of waren sommige vrienden hier nog te jong voor? Dan viel de keuze op Nederlandse vakantieoorden zoals Terschelling, Renesse of Ommen. Camping Dennenoord nabij Ommen was de plek bij uitstek voor jongeren die wel wisten wat kratten pils waren. Aldaar werden de campinggasten jaarlijks geconfronteerd met een wellicht lastige keuze. Tijdens een potje touwtrekken konden campinggasten zich aansluiten bij de boeren of bij de stadsen. Het vieze meertje op de camping vormde het decor voor de sportieve strijd tussen de boeren en de stadsen. Volgens mij waren er voldoende campinggasten die geen keuze konden maken. Er zijn genoeg woonplaatsen die niet dorps en niet stads zijn. Welke keuze maak je als bewoner van zo’n dorp dan tijdens deze touwtrekwedstrijd? Boer of stadse? Boer of stadse? Deelnemer of toeschouwer? Touwtrekken of biertjes drinken met je maten?

Jongs! Kratjes pakk’n! Kom kiek’n bie de kearls bie ’t meertje!

Eens een Achterhoeker, altijd een Achterhoeker.